Van Bilsen's wijncollege: Mousserende wijnen oftewel bubbels

Wat is een mousserende wijn?
Een mousserende wijn is een wijn waar koolzuurgas in zit. De meeste mensen noemen een mousserende witte wijn Champagne. Maar de meeste mousserende wijnen zijn dat niet. Die komen uit hele andere landen of streken. Zo heeft Spanje Cava, Italië Spumante en de Duitse bubbels noemen ze Sekt. Mousserende wijnen zijn er (net als gewone wijnen) in allerlei verschillende soorten kwaliteit.
Hoe wordt een mousserende wijn gemaakt?
Er zijn drie verschillende manieren om een mousserende wijn te maken.
Door gisting op de fles - de méthode traditionelle.
Door gisting op de tank - de méthode Charmat.
Door koolzuur toe te voegen aan gewone wijn (zoals ze dat bij limonade doen) - de méthode gazéfié.
Bij dit college bespreken we alleen de méthode traditionelle, die wordt het meest gebruikt en daarmee krijg je ook de beste resultaten.
Hoe maken ze nu mousserende wijnen?
Bij de methode traditionelle maken ze eerst een basiswijn van goede kwaliteit. Deze wijn heeft een alcoholpercentage van ca. 8% en nog geen bubbels. De wijn wordt op fles getrokken en dan begint het spel pas echt. Aan de wijn die op de fles zit voegen ze een mengsel toe van in wijn opgeloste rietsuiker, wat citroenzuur en wat extra gist. In het Frans noemen ze zo’n mengsel een ‘liqueur de tirage’. Ze stoppen een kroonkurk op de fles en de wijn begint voor de tweede keer te gisten, maar nu op de fles.
Tijdens deze gisting kan de druk in de fles oplopen tot 5 à 6 atmosfeer. Even voor uw beeld: een autoband heeft een druk van ongeveer 2 atmosfeer. Als u ooit eens een klapband hebt gehad dan weet u wat voor een knal dat kan geven. Nou de druk in deze fles is drie keer zo groot.
Door de gisting ontstaat er extra depot of bezinksel in de fles. Dit willen we niet in de mooie mousserende wijn hebben, want de belletje zouden dan zorgen dat die door de hele wijn verspreid zit. En dat is niet smakelijk. Daarom doen ze het volgende. Alle flessen worden met de hals naar beneden opgelegd in een rek. Gedurende de tijd dat de flessen op het rek liggen met de hals naar beneden worden ze regelmatig een kwart slag gedraaid. Soms met de hand, maar de laatste tijd steeds vaker machinaal. Al het bezinksel zakt zo naar de hals en blijft daar zitten. Om het bezinksel te verwijderen wordt de hals van de fles bevroren. Door de druk in de fles schiet het bevroren bezinksel eruit. De fles wordt weer aangevuld met wijn en soms ook met nog wat extra in de wijn opgeloste suiker: de zogenaamde liqueur d’expédition. Hoe zoeter de wijn hoe meer erbij wordt gedaan.
Hieronder een overzicht van het suikergehalte en de namen die de Champagne dan heeft.
Type Champagne | Suikergehalte | Smaak |
|---|---|---|
Extra Brut/Brut Zero | 0% | Erg droge Champagne |
Brut | 1% | Het meest gedronken in Nederland |
Extra Sec | 1-3% | Tussen droog en zoet |
Demi-Sec | 3-5% | Wat zoeter, maar nog mild |
Doux | 8-15% | De zoete versie |
Dan wordt de definitieve kurk op de fles gedaan en wordt de wijn opgelegd. Heel belangrijk is om dan nog een keer te controleren of er geen nagisting op de fles plaatsvindt.
Frankrijk:
De Champagne komt uit een specifiek gebied in het noorden van Frankrijk en mousserende wijn mag alleen Champagne genoemd worden als de druiven uit die streek komen en de wijn daar gebotteld is.
Champagne heeft de duurste landbouwgrond ter wereld.
In de Champagnestreek wordt vaak deze vraag gesteld aan voorbijgangers. "Weet u misschien wat het verschil is tussen een rijke en een arme Champagneboer? De arme boer wast zijn Rolls Royce zelf. "
Maar Frankrijk heeft nog veel meer gebieden waar overheerlijke mousserende wijnen vandaan komen. Deze wijnen mogen geen Champagne heten, maar worden Crémant genoemd. En daar zitten prachtige wijnen tussen: de Bourgogne, de Loire of de Elzas zijn de bekendste streken, maar ook in Die en Limoux kan je mooie Crémant vinden.
Spanje:
De Cava die door veel mensen ook wel de Spaanse Champagne wordt genoemd is een wijn die meestal uit de Penedes komt, maar soms ook uit de Rioja of uit Arragon. Cava wordt gemaakt van inheemse Spaanse druiven. Vaak een mengsel van xarello, macabeo en parellada. In latere wijncolleges zullen we nog terugkomen op verschillende druivensoorten. Een echte Cava is te herkennen aan de ster onder aan de kurk van de fles, of aan het advies van ons natuurlijk ;-)
Duitsland:
Sekt is de Duitse naam voor mousserende wijn. En de Sekt heeft vaak een beetje moeilijk, iedereen herinnert zich nog wel de Duitse mousserende wijnen die vroeger voor 3 gulden bij de supermarkt werden verkocht. Dat was geen Sekt, maar dat was goedkope schuimwijn, wijn waar koolzuur aan toegevoegd werd net als bij de sinas en cola. Maar er wordt echt prachtige mousserende wijn gemaakt in Duitsland. Meestal gemaakt van de Riesling-druif. Mooi vol van smaak. De Duitsers kunnen er wat van. Hun wijnen zijn van zeer hoge kwaliteit.
Italië:
De Spumante (de Italiaanse naam voor mousserende wijnen) bevat meestal zo’n 11% alcohol en is daarmee net wat lichter dan de collega’s uit de andere landen. Beroemd is natuurlijk de Prosecco. Prosecco is niet meer en minder dan een druivenras. Meestal goedkoop op de markt gebracht onder een frizzante stijl, scheelt ons Nederlanders weer extra bubbeltax. De beste Prosecco’s komen uit de buurt van Treviso waar ze nu ook een DOCG status hebben gekregen, het hoogste kwaliteitslabel. Ondanks dat Prosecco vaak heerlijk is, heeft ze niet de verfijning van een goede Champagne.
